PDD-NOS anders bekeken

‘Vroeger konden we zo flexibel zijn toen hij klein was, het maakte hem echt niet uit of we ineens van richting veranderden, ineens iets anders gingen doen. Hij ging altijd gewoon mee. Maar als er nu iets anders is dan hij gewend is, nou dan gaat echt het dák er af bij ons thuis! Hij lijkt wel autistisch, zo kwaad als hij dan wordt. Pas als ik dan toegeef en het bij het oude houdt, dan wordt hij weer rustig. Maar dat is zo vermoeiend! Waar sta ik dan zelf?’

PDD-NOS is een pervasieve ontwikkelingsstoornis, niet anders omschreven. Het is een subtype binnen het autismespectrum. Kinderen met de diagnose PDD-NOS  kunnen bijvoorbeeld wel af en toe écht contact maken en vertonen niet altijd of heel weinig repetitief (herhalend) gedrag. In de DSM-V classificatie (het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische aandoeningen) komt PDD-NOS niet meer voor omdat hij niet meer voldeed aan de gestelde kenmerken. Er lopen echter wel heel veel kinderen rond met deze diagnose, die dus niet meer bestaat. Tijd voor een andere kijk op PDD-NOS. Want een diagnose maakt ook dat een kind maar moeilijk zich nog kan ontwikkelen. De omgeving gaat onbewust of bewust toch handelen naar de diagnose, wat de groei en ontwikkelingskansen voor een kind ontneemt of beperkt. Met dit artikel zet ik je graag aan het denken door mijn visie op PDD-NOS en het gedrag van kinderen met deze diagnose met je te delen.

 

“Het dak gaat er af als er iets anders is dan hij gewend is!’

Zo start het gesprek met een moeder in mijn praktijk. Ze denkt dat haar kind een vorm van PDD-NOS  heeft. ‘Echt autisme is het niet’, zegt ze, ‘want hij kan ook heerlijk met ons kroelen en hij zoekt ons ook echt wel op in contact’.

Maar ze maakt zich zorgen over hoe belangrijk het is voor hem dat de dingen blijven zoals hij het gewend is.

Ze schetst een situatie: ’Elke morgen komt hij nog heerlijk even bij ons kroelen in het grote bed voordat we echt opstaan met zijn allen. Op een dag hadden mijn man en ik ons bed verschoven zodat we wat meer ruimte kregen in onze slaapkamer. We waren het ook wel beu zoals het stond. Toen onze zoon die dag thuiskwam en dat zag, werd hij zó ontzettend boos. Hij gilde en schreeuwde en sloot zich op in de badkamer. Hij was toen echt niet bereikbaar. Zo moeilijk vind ik dat dan. Ik voel me dan machteloos, word zelf eigenlijk ook echt heel verdrietig. Soms ga ik dan ook gillen, zeker als ik moe ben. Ik weet dan niet hoe ik hem moet bereiken. We wilden niet toegeven en hebben het bed zo laten staan, maar de volgende ochtend kwam hij heel boos bij ons in de slaapkamer en wilde hij nooit maar dan ook nooit meer bij ons liggen, gaf hij aan. We hebben toen maar het bed weer teruggezet. Tja, wat is nou een beetje extra ruimte? Wij vinden het belangrijker dat hij zich veilig kan blijven voelen bij ons. Dat bed maakt me dan niet zoveel meer uit. Heeft hij nou PDD-NOS?’.

Zo eindigt deze moeder haar voorbeeld. Ze ziet er wat verslagen uit.

 

Is veiligheid bieden wel echte veiligheid?

Deze moeder omschrijft dat haar kind veiligheid nodig heeft en ze vertelt dat zij en haar partner dit hem bieden door de dingen zoveel mogelijk hetzelfde te houden. Dan is hij het meeste rustig en kan hij lekker zijn dingen doen, is er ook het minste strijd in huis.

Dit is een overtuiging: ’Wanneer ik de dingen hetzelfde houd voor mijn kind, dan bied ik hem veiligheid.’ Samen met haar onderzoek ik deze overtuiging en stel haar de vraag: ’Wat doe je in feite nu werkelijk door hem veiligheid te bieden?’ Ze denkt even na een geeft dan aan: ’Nou, hij raakt van slag als er geen duidelijkheid is, dus die geef ik hem door de dingen zoveel mogelijk hetzelfde te houden.’

Vervolgens laat ik haar zien dat haar zoontje reageerde op de verandering met boosheid, dat zij eerst niet wilden toegeven (bed terugzetten) en het daarna wel toegeven hebben. Dat ze hierin dus niet consequent is naar haarzelf én haar zoontje toe waardoor er ruis in het contact ontstaat. Deze ruis maakt het onveilig voor haar kind. Ook laten ze als ouders zien dat hun kind kan bepalen wat zij wel of niet doen. Als ouders sta je dan niet sterk tegenover je kind en juist dat is zo onveilig voor een kind.

Daarbij leg ik ook uit dat hij kennelijk ergens bang voor zal zijn. Ze omschrijft namelijk vaker dat hij zo’n controle heeft op allerlei dingen. Ik leg haar uit dat controle een antwoord is op angst. Door dan hetgeen waarop hij reageerde weer terug te draaien, bevestig je de angst van het kind. Je zegt eigenlijk: ‘Jouw reden om bang te zijn klopt, ik ga het weer veranderen zodat het veilig voor je is’. Wat ik wil laten zien is dat je dus geen veiligheid biedt, maar dat je de angst van je kind bevestigt. Je helpt hem niet de angst te hanteren.

Door op deze manier samen te kijken, besefte ze dat ze beter haar kind had kunnen helpen omgaan met de verandering van het bed, dan het dus weer terug te brengen in oude staat. En dat klopt.

 

Frustraties aanbieden

Als ouders heb je de taak om je kind frustraties aan te bieden én ze daarmee te helpen.

Op deze manier leren ze in een veilige en warme omgeving hoe je omgaat met moeilijke dingen. Met dingen die anders lopen dan je gewend bent. Hoe beter jij als ouders om kunt gaan met veranderingen en frustraties, hoe beter jij je eigen kind dit kunt leren. En de hele dag door kun jij je kind deze frustraties aanbieden: ’Nee, je mag geen koekje vlak voor het eten/voor de 3e keer op je tablet vandaag’ en leren hanteren: ’Vervelend hè dat je dat niet mag….’ En bij echt grote boosheid help je je kind om zijn boosheid kwijt te kunnen binnen kaders zoals ‘elkaar geen pijn doen en geen dingen kapot maken.’

 

Het gaat niet om ‘niet om kunnen gaan met veranderingen’, maar om de onderliggende reden.

Boosheid is maar een middel om te laten zien dat er iets aan de hand is. Boosheid is vaak nodig om bij de kern van een probleem te komen.

En nu even terug naar het zoontje, dat zo boos werd omdat het grote bed anders stond. Het is verleidelijk om te denken dat het een ‘autistische reactie’ is, want het kind reageert immers met veel boosheid en verzet op een verandering en hij zet haast alles op alles om het weer terug te krijgen in oude staat. Hij is op zo’n moment ook even niet bereikbaar in zijn boosheid. Wanneer je dan denkt ik termen als PDD-NOS, kun je ook alleen maar oplossingen zoeken en vinden die daarbij passen.

Maar wat als je het anders bekijkt?

Ik stelde de volgende vraag: ’Hoe gaat het thuis of op school? Wat speelt er in het gezin en bij je zoontje dat hij zó boos werd?’ De moeder denkt even na, had deze vraag niet verwacht en vertelt dan heel openhartig dat ze problemen hebben met hun oudste dochter. Zij heeft een eetprobleem en daar gaat veel aandacht naar toe. Er zijn veel ruzies. Daarbij is ook pas haar eigen vader plotseling overleden en zij had niet zo’n goede band met hem. Ze weet niet goed hoe ze nu haar verdriet kwijt moet, want haar dochter heeft haar nodig. Vader werkt veel op dit moment en weet ook niet zo goed hoe hij om moet gaan met het gedrag van zijn kinderen. Moeder voelt, hoe meer ze vertelt over haar eigen situatie en wat er speelt in het gezin, dat ze zo moe is, er voor haar gevoel alleen voor staat en daardoor veel kort af reageert naar haar zoontje. Soms heeft ze gewoon helemaal niet de aandacht  voor hem die hij nodig heeft.

Nadat moeder haar verhaal gedaan heeft en haar tranen even goed heeft laten lopen, leg ik uit dat ze haar kinderen thuis laat zien dat je emoties dus maar het beste binnen kunt houden als je het moeilijk hebt. Ook laat ze zien, door de wijze waarop zij op dit moment leeft, dat het niet goed is wanneer je kiest voor jezelf, dat de ander belangrijker is.

Dat betekent dat haar zoontje zijn gevoelens die met zijn zus te maken hebben niet kwijt kan en ook niet weet hoe hij zijn verdriet van opa moet laten zien, want zijn ouders zijn niet bereikbaar hierin. Hij staat er dus alleen voor.

Dat maakt eenzaam, verdrietig en boos.

 

Een probleem los je niet op het niveau op, waarop het ontstaat

Ze schrikt hier best van, maar beseft ook dat er hiermee een kern geraakt is die heel belangrijk is. Vanuit dit oogpunt bekeken, is de boze reactie op het veranderen van het bed geen reactie die past bij (kenmerken van) PDD-NOS, maar simpelweg een concrete aanleiding om eens alle boosheid die hij had opgespaard eruit te gooien. Buiten proportioneel als je het vergelijkt met het verschuiven van een bed. Maar omdat alle fixatie en boosheid ligt op de verandering (daar zijn ze dan zo goed in die kinderen) denk je vanuit eigen machteloosheid, niet weten hoe je het moet aanpakken wellicht al gauw richting ‘zou mijn kind misschien wel PDD-NOS hebben?’.

De reactie is echter volledig logisch als je bedenkt wat hij heeft opgespaard al die tijd ervoor en hoe hij zich gevoeld heeft.

En dat klaart de lucht, maakt het allemaal een stuk simpeler voor iedereen. Het haalt de fixatie af van de situatie (die maar een aanleiding is) en de boosheid (dat enkel maar een middel is), waardoor er gekeken kan worden wat er écht speelt. Het haalt ook de fixatie van het kind af, want vaak ontdek je dat je als ouders hier een grotere rol in gespeeld hebt dan je dacht.

Wanneer je dit beseft, dan bereik je je kind in wat hij nodig heeft, in wat er speelt. Jouw kind zal zich gezien en gehoord voelen.

Het probleem los je nooit op op het niveau waarop het zich manifesteert, maar juist op het niveau eronder.

In dit geval lost moeder de boosheid van haar kind niet op door het bed terug te zetten, maar door te gaan kijken wat er speelt waardoor hij zo boos wordt.

Wanneer zij het probleem wél op zou lossen op het niveau waarop het ontstond, bevestigt ze juist de angst en leert ze haar kind hierbij dat je emoties uitwerkt door boos te worden (of bang te worden) over andere dingen. Als ouder ben je dan niet meer zo betrouwbaar in je handelen naar je kind toe.

Onderzoeken wat er ónder het gedrag van je kind ligt, verantwoording nemen voor wat jouw aandeel hierin is, haalt de ruis uit de communicatie en het contact.

 

Waar komt de behoefte aan ‘alles hetzelfde houden’ dan vandaan?

Aan het einde van het gesprek, waarin we alles even op een rijtje zetten en samen kijken wat moeder zelf kan doen om de situatie te veranderen, stelt ze de vraag waarom haar kind zo’n waarde hecht aan ‘alles hetzelfde houden’.

Ze kan eigenlijk zelf het antwoord al geven. Ze beseft dat het voor een kind best onveilig moet zijn wanneer je niet met je emoties ergens naar toe kunt, er alleen voor staat wanneer je verdriet voelt, of je eenzaam voelt. En een kind is nu eenmaal niet zo goed in staat om dat onder woorden te brengen, maar wordt daardoor wel angstig. En vanwege die angst, gaat een kind controleren. Ze beseft dat zij als ouders er dus voor moeten gaan zorgen dat hun kind zich dusdanig veilig voelt, dat hij zich kan gaan uiten thuis. En daarmee beseft ze meteen wat ze zelf te leren heeft: haar eigen gevoelens serieus nemen, durven gaan uiten en haar eigen ruimte innemen. Een mooi onderwerp voor de volgende sessie!

 

PDD-NOS is een strategie

En een strategie is te veranderen.

De sleutel voor het geluk van je kind heb je vaker zelf in handen dan je denkt!

Zoals ik er naar kijk, is een PDD-NOS reactie juist een manier om te laten zien wat er speelt. Een manier om de eigen angst te verminderen. Want door je omgeving onder controle te krijgen, houd je ook je eigen angst onder controle.

Wil je je kind hiermee helpen, dan is het dus voor je kind heel fijn om te gaan ontdekken waarom je kind bang is, wat er speelt waarom je kind boos wordt. Zijn reden voor de strategie dus gaan herkennen en hem andere strategieën gaan voorleven.

En wil je je kind écht helpen, dan doe je dat als eerste bij jezelf. Want ze leren via ons. Ze zijn onze spiegel, onze kinderen. Dus wanneer je bijvoorbeeld te maken hebt met explosieve of plotselinge boosheid, niet passend bij een situatie (zoals in dit artikel), ga dan eens net als deze moeder na bij jezelf wat jij de afgelopen tijd hebt voorgeleefd. Wat heeft je kind ervaren in jullie gezin, jouw nabijheid? Welke ruis is er misschien ontstaan in jullie contact? Via deze weg help jij je kind.

Licentie foto

Deze berichten vind je vast ook leuk

Geen reactie’s

Laat een bericht achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.